woensdag 27 mei 2009

kitkat


mijn leuke, dikke, gekke, kleine loesjekat.

donderdag 7 mei 2009

even lachen & examens

we gaan even lachen, ok?

Pas dacht ik aan iets heel grappigs: heeeeel lang geleden was ik bij een vriendinnetje, ze hadden een jong katje (zo'n witte pluizenbol). Dus wij kwamen thuis, en toen bleek dat haar moeder Menina (de kat dus) per ongeluk in de wasmachine had gedaan. HAHAHA =) dat beestje was helemaal duizelig. Best zielig, maar ik kan daar best om lachen.

Oké, volgend onderwerp.
Examens. jakkie. Ik kreeg gisteren mijn cijferlijst, en ik ga prima de examens in. Gelukkig.
Maar... het leren wil niet echt lukken, ik heb geen zin én geen tijd. Want onze school heeft bedacht dat we de week vóór de examens naar school moeten, als je voor een vak lager staat dan een 7,0 gemiddeld moet je die les volgen, anders moet je op school gaan leren. Nu weet ik niet of jullie weten hoe Broekhin eruitziet, maar geloof me, je kan er NIET studeren. Het is veel te druk in de LOR, de aula is dicht, de mediatheek is ook altijd vol én onrustig, en je kan moeilijk alle examenkandidaten in de stilteruimte proppen. Bovendien geloof ik niet dat iemand daar toezicht op gaat houden, maarja wie ben ik om dat te zeggen?

ik ga dadelijk leren.







denk ik.

zaterdag 2 mei 2009

martin bril

Martin Bril. De man waarvan je ging houden als je zijn columns las, de man die rokjesdag bedacht, de man waarvan je ochtendhumeur spontaan verdween.
Helaas is hij onlangs overleden aan kanker. Ik wilde hier even bij stil staan, want sinds ik oud genoeg was om de krant écht te lezen, las ik ook zijn columns. En die waren briljant. Die man schreef geweldig goed, over zijn kat en zijn hond, over dingen waarover je na ging denken, over zijn tuinman in Frankrijk en over alledaagse dingen. Openlijk over alles, op het laatst ook over zijn ziekte.
En daarom een stukje dat hij heeft geschreven, zijn laatste stukje:


BOOSHEID
Boze mannen heb je in soorten en maten. Ik heb daar nooit veel aandacht aan besteed, want ik vind boosheid eigenlijk de moeite niet waard. Allereerst is daar de boze man, gespannen als een veer, die vastberaden zijn gelijk gaat halen. Vastberaden is hij op weg het nu te halen. Dan is er de tweede boze man, die het niet helemaal zeker weet; niet dat hij twijfelt aan zijn boosheid, integendeel, maar hij is wel onzeker over het gelijk. Hij zou het weleens niet kunnen hebben. De derde boze man is boos omdat hij boos van huis vertrok, onderweg zijn boosheid verloor en nu alle moeite moet doen de boosheid weer op te roepen; er was toch, toen hij de voordeur achter zich dichttrok, een reden voor zijn boosheid? Witte knokkels. De paraplu, zwaard en schild ineen.
De paraplu, zwaard en schild ineen. Opengesperde neusgaten. Bij het zebrapad waar de man moet oversteken, valt zijn blik op het kleine struikje paardebloemen dat aan de voet van de paal omhoogklimt. Alledrie de boze mannen worden geraakt door de onnozele trefzekerheid van dit beeld. Het is een roestvrijstalen getuigenis van kracht, kleine kracht, oké, maar kracht. Als het oog erop valt, zie je het; kijk je toevallig een andere kant op, dan zie je het niet. Maar alledrie zien ze het en reageren ze hetzelfde; virtuoos draaien ze de paraplu rond in hun hand, om hem op het het laagste punt los te laten. De paraplu schiet als een veer omhoog, gaat open en begint boven het water van de gracht aan een elegante daling. Mooi zat, denkt de oude man, en de boosheid sijpelt weg, want ongemerkt is het gaan regenen.